Mijn toekomstplan was al duidelijk in het eerste leerjaar: ik zou juf worden.
Op kerstavond, 24 december 1980, was het druk in de krantenwinkel van mijn ouders. Daardoor mocht ik mijn ouders meehelpen om cadeauverpakkingen te maken.
In onze woonkamer, die omgebouwd was tot inpakruimte, pakte ik het speciale mes en maakte krulletjes aan de linten. Ik was erg voorzichtig totdat het met één krul ongelooflijk foutliep. Ik misrekende me en het mes kwam daardoor per ongeluk in mijn oog terecht. Mijn vader en ik moesten ermee naar het ziekenhuis en daar was het verdict serieus: meteen opereren.
Gelukkig liep alles goed af na 9 dagen stilliggen in een ziekenhuisbed luisterend naar de Sprookjes van de Efteling. Wel moest ik daarna enkele weken thuis rusten en nog lang rondlopen met een donkere zonnebril.

Mijn ouders zagen het eerste leerjaar daardoor niet rooskleurig eindigen. Mijn juf, Nicole, rechts op de foto, is toen zo lief geweest om me elke dag na haar dag werken op school, nog individueel les te geven. Door haar kon ik vlot instappen wanneer ik terug naar school mocht.
Juf Nicole zorgde ook voor een verbonden klasklimaat waardoor de andere kinderen me niet hebben uitgelachen omwille van de zonnebril (of toch niet in die mate dat ik het nu nog weet).
Je kunt wel stellen dat ze mijn reddende engel was. Door haar wilde ik ook een juf worden. Kinderen helpen en dingen aanleren.
Zo speelde ik voortaan maar één spelletje: schooltje. Met de Barbies, met vriendjes, met mijn poppen,… En oefende ik tot alle kinderen goed konden leren en luisteren.
Juf Nicole bleef mijn evolutie opvolgen van op de zijlijn.
Het schooltje spelen maakte plaats voor jeugdanimator bij het jeugdatelier en hoofdverantwoordelijke van speelplein Roodebeek. Kinderen bleven centraal staan in mijn vrije tijd. Toen ik na de secundaire school moest kiezen wat ik ging studeren, was de keuze overduidelijk.
En kijk, bijna 30 jaar later werk ik nog steeds met kinderen en hoop ik op mijn beurt mensen te inspireren.
Of ik nu nog contact heb met mijn juf? Nicole werd directrice in een school en als prille juf ging ik eten op het jaarlijkse eetfestijn. Daarnaast wonen we nog steeds in dezelfde gemeente en komen we elkaar af en toe eens tegen. Wanneer ze tentoonstelt op de jaarlijkse artiestentoer, ga ik vol trots pronken met ‘mijn juf’.