Als kinderen leven met kritiek, leren ze te veroordelen.
Als kinderen leven met vijandigheid, leren ze te vechten.
Als kinderen leven met angst, leren ze zorgelijk te zijn.
Als kinderen leven met medelijden, leren ze medelijden met zichzelf te hebben.
Als kinderen belachelijk worden gemaakt, leren ze verlegen te zijn.
Als kinderen leven met jaloezie, leren ze afgunst te voelen.
Als kinderen leven met schaamte, leren ze zich schuldig te voelen.
Als kinderen leven met bemoediging, leren ze zelfvertrouwen.
Als kinderen leven met tolerantie, leren ze geduldig te zijn.
Als kinderen leven met lof, leren ze hoe het is om gewaardeerd te worden.
Als kinderen leven met acceptatie, leren ze lief te hebben.
Als kinderen leven met goedkeuring, leren ze dat ze leuke mensen zijn.
Als kinderen leven met erkenning, leren ze dat het goed is om een doel voor ogen te hebben.
Als kinderen moeten delen, leren ze gul te zijn.
Als kinderen leven met oprechtheid, leren ze trouw aan de waarheid te zijn.
Als kinderen leven met eerlijkheid, leren ze rechtvaardig te zijn.
Als kinderen leven met vriendelijkheid en consideratie, leren ze respect.
Als kinderen leven met veiligheid, leren ze vertrouwen te hebben in zichzelf en in degenen om hen heen.
Als kinderen leven met vriendschap, leren ze dat de wereld een aangename plek is om in te wonen.
Dorothy Law Nolte